De bestuurlijke organisatie van de Vlaamse administratie

 

Initiatiefadvies 'naar een bestuurlijke renovatie'

Het huidige bouwplan van de administratie is uitgetekend na de administratieve hervorming onder de noemer Beter Bestuurlijk Beleid (BBB) en zit vervat in het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003. De BBB principes hebben heel wat merites. In de praktijk blijkt echter dat het plan niet altijd even consequent werd uitgevoerd. Als een gevolg daarvan ziet de Raad drie grote probleempunten terugkomen: 

  • Fragmentatie en verkokering;
  • Diffuse verantwoordings- en (politieke) sturingsrelaties;
  • De moeizame scheiding tussen beleid en uitvoering.
We denken echter niet dat het BBB gebouw tegen de grond moet. Een aantal principes zijn waardevol en de transitiekosten van een nieuwe structuurhervorming zijn te groot. VLABEST stelt wel een bestuurlijke renovatie voor, gedragen door de Vlaamse Regering, zodat de Vlaamse administratie kan evolueren tot een stabiele, leesbare structuur die zowel een doelgerichte reguliere werking als een transversale programmawerking mogelijk maakt. We willen dus geen grote structuurhertekening, maar wel een aantal (grotere en kleinere) verbouwingswerken die vooral tot doel hebben om de organisatiecultuur te versterken. 
 
Volgende zijn de kernpunten van het advies:
  • Laat de Vlaamse overheid werken als een holdingstructuur met een eigen identiteit: de ‘groep Vlaamse Overheid’. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met dezelfde beheerssystemen en met een uniforme front-office.
  • De formele scheiding van beleidsvoorbereiding bij departementen en uitvoering bij agentschappen is onhoudbaar in de praktijk. Laat de Vlaamse Regering bepalen wie best het beleid voorbereidt (departement en/of agentschap).
  • Verminder het aantal departementen tot een vijftal, maar geef ze een sterkere rol in de onafhankelijke evaluatie en de coördinatie van het beleid. 
  • Verminder het aantal agentschappen (inclusief de BBB-vreemde entiteiten), maar doe dit op basis van een objectief afwegingskader en niet ad hoc op basis van toevalligheden.
  • Een toename van het aantal agentschappen is in ieder geval niet te verantwoorden, ook niet na de implementatie van de zesde staatshervorming.
  • Realiseer een één op één relatie tussen minister en beleidsveld (niet per beleidsdomein) en minimum met beleidsentiteiten (lees agentschappen).
  • Behoud het gebruik van beheers- en managementovereenkomsten, maar maak ze beknopter, flexibeler en met meer oog voor transversale beleidsinzet.
  • Versterk de transversale beleidsprogramma’s, maar beperk ze en maak ze resultaatgerichter door ze op te nemen in het regeerakkoord, door ze toe te wijzen aan één minister (met aparte beleidsnota en beleidsbrieven), en door sterk in te zetten op programmamanagement.
  • Het programmamanagement moet ook buiten de muren van de Vlaamse Overheid kijken. Ook lokale en provinciale besturen kunnen mee betrokken worden als dat nodig blijkt. 
  • Versterk het inhoudelijk mandaat van het CAG als groepsbestuur en als regisseur van de programmadoelstellingen (een rol waar ze ook verantwoording voor moeten afleggen).
  • Slank de kabinetten stapsgewijs verder af naarmate de capaciteit tot coördinatie binnen de Vlaamse administratie versterkt (door een collegiaal CAG en sterke coördinerende departementen) en naarmate als gevolg daarvan ook het wederzijds vertrouwen tussen politiek en administratie vergroot.
  • Versterk de collegewerking van de Vlaamse Regering.

Op 18 februari 2014 werd VLABEST, samen met de SERV en met prof. Geert Bouckaert, uitgenodigd voor een gedachtewisseling over slagkrachtige overheid in de Commissie Bestuurszaken van het Vlaams Parlement. Prof. Wouter Van Dooren lichtte voor VLABEST het advies toe. Het verslag kan u hier downloaden.

Onderzoeksrapport

Bovenstaand initiatiefadvies werd voorbereid door de VLABEST-werkgroep ‘BBB’ onder voorzitterschap van prof. dr. Wouter Van Dooren. De werkgroep werd ondersteund door onderzoeksgroep Management & Bestuur van de Universiteit Antwerpen (coördinator: prof. dr. Koen Verhoest), in samenwerking met het Instituut voor de Overheid (KULeuven). Het onderbouwend onderzoek verliep in nauwe samenwerking met de werkgroep, en is gebaseerd op literatuuronderzoek en toetsing aan de praktijk via rondetafelgesprekken en interviews.
 
In hun eindrapport bespreken de onderzoekers de belangrijkste probleempunten en geven waar mogelijk aanbevelingen mee. Ze hanteren daarbij een overheidsintern en een overheidsextern perspectief. Het overheidsinterne perspectief behandelt uitgangspunten van BBB binnen beleidsdomeinen: transparantie van het Vlaamse administratief landschap, beleidsdomeinspecifieke taakverdeling, en aansturing, afstemming en samenwerking binnen een beleidsdomein. Het overheidsexterne perspectief gaat dieper in op afstemming tussen beleidsdomeinen en de uitdagingen van transversaal beleid, governance van de zesde staatshervorming en governance van besparingen. Omwille van de grote onderlinge verwevenheid van deze punten en hun relatie met de fundamentele visie op de basisstructurering van de Vlaamse overheid, worden een aantal aanbevelingen en scenario’s gepresenteerd over de basisstructurering.
 
Het onderzoek vormde de onderbouw voor het initiatiefadvies ‘naar een bestuurlijke renovatie’.
 
In de fase van het literatuuronderzoek werden ook volgende deelnota's afgerond (u kan ze eveneens hiernaast downloaden):

  • Inzichten uit onderzoek van SBOV en andere steunpunten
  • Inzichten uit de recente COBRA survey rond autonomie, aansturing en coordinatie binnen de Vlaamse overheid
  • Inzichten uit relevante adviezen vanwege de verschillende strategische adviesraden
  • Inzichten uit recente hervormingen bij de Nederlandse rijksoverheid