Wijziging OCMW-decreet

 

De Vlaamse Regering hechtte op vrijdag 9 december 2011 haar principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet tot wijziging van het OCMW-decreet en besliste hierover het advies te vragen aan VLABEST.

In zijn advies van 26 januari 2012 is VLABEST van oordeel dat de Vlaamse Regering enkele belangrijke doelstellingen naar voor schuift, zoals het wegnemen van de drempels voor samenwerking tussen gemeente en OCMW. VLABEST stelt echter vast dat de motivering voor de voorstellen vaak terug te brengen is onder de noemer 'efficiëntiewinst'. Voor VLABEST is het realiseren van efficiëntiewinsten zeker belangrijk (vooral op beheersmatig vlak), maar er moet op worden toegezien dat de realisatie van deze efficiëntiedoelstelling geen belemmering vormt voor de minstens even belangrijke inhoudelijke doelstellingen van het sociaal beleid.
Volgens VLABEST moet het OCMW-bestuur, als spil en sluitstuk van het lokaal, Vlaams en federaal sociaal beleid, blijven bestaan als aparte verzelfstandigde entiteit van de gemeente, met eigen rechtspersoonlijkheid en met voldoende operationele autonomie om de specifieke kerntaken waar te kunnen maken, en met de noodzakelijke 'checks & balances' met de gemeenteraad als strategisch beleidsorgaan voor het lokaal sociaal beleid.

Enkele van de opgenomen voorstellen uit het voorontwerp zijn voor VLABEST een voorafname op de langetermijnvisie op de plaats en rol van de OCMW's in het sociaal beleid:

  • VLABEST is principieel geen voorstander van de vereniging van de functies van secretaris van gemeente en OCMW. Er is ten eerste een incongruentie met de keuze voor een OCMW als verzelfstandigde entiteit van de gemeente. Ten tweede toont deze keuze onvoldoende respect voor de noodzakelijke operationele autonomie van een OCMW.
  • VLABEST is ook niet akkoord met het wegnemen van de beperking van het aantal gemeenteraadsleden in de OCMW-raad. Het zorgt noch voor een versterking van de OCMW-raad, noch voor een versterking van de gemeenteraad.
  • VLABEST wil dat voor de organisatie van specifieke sociale diensten door het OCMW het publieke rechtsstatuut het uitgangspunt is, en dat slechts bij wijze van uitzondering en na goede motivatie gekozen kan worden voor privaatrechtelijke verzelfstandiging. Daarom wordt een pleidooi gehouden voor het versoepelen van de publieke verzelfstandigingsvorm (specifiek de mogelijkheid voor een eigen personeelsstatuut) eerder dan de introductie van een nieuwe privaatrechtelijke entiteit (voor woon- en zorgcentra). 

De bovengeschetste wijzigingen die worden geïntroduceerd in het voorontwerp zijn elk op zich misschien te verantwoorden, maar tonen aan dat de Vlaamse Regering geen duidelijk uitgestippelde langetermijnvisie heeft op de plaats en rol van de OCMW's in het Vlaamse institutionele landschap. Doordat de Vlaamse Regering zelf niet expliciteert waar ze wil landen en dus alle scenario's nog openhoudt, veroorzaken de opgenomen voorstellen onzekerheid en onrust in een gevoelige sector die vooral de zwaksten in onze maatschappij als 'klant' heeft.

Ten slotte betreurt VLABEST dat niet van de gelegenheid gebruik is gemaakt om grondig werk te maken van een echte deregulering (er komen zelfs detailregels bij). Dit komt vooral omdat de Vlaamse overheid het standpunt inneemt dat iets pas mogelijk is als de regelgeving dit voorziet. VLABEST pleit voor een omschakeling en vraagt om uit te gaan van het principe dat iets kan zolang de regelgeving dit niet expliciet uitsluit.

Bijkomende informatie

Publicatiedatum: 
26/01/2012
Advieswijze: