FAQ

Op deze pagina vindt u de veelgestelde vragen over de (advies)werking van VLABEST. Hebt u nog bijkomende vragen, mail ze ons zodat we ze kunnen beantwoorden of aan de lijst toevoegen.

Het is de taak van VLABEST om uit eigen beweging of op verzoek advies uit te brengen over de hoofdlijnen van het Vlaamse bestuurlijke beleid. Dit houdt volgende beleidsvelden in: personeels- en organisatieontwikkeling, ICT, e-government, wetsmatiging, facilitaire dienstverlening en vastgoedbeheer, binnenlandse aangelegenheden, stedenbeleid en inburgeringsbeleid. Er kunnen drie categorieën adviezen worden onderscheiden:

Verplichte adviezen

De Vlaamse Regering is binnen het hierboven geschetste taakgebied verplicht advies te vragen aan VLABEST over voorontwerpen van decreet en over ontwerpbesluiten met een strategisch karakter. Wanneer heeft een ontwerpbesluit een strategisch karakter? Dit wordt geval per geval beoordeeld door de Vlaamse Regering.

Vrijwillige adviezen op vraag

In principe kunnen alle Vlaamse beleidsactoren advies vragen aan VLABEST. Op basis van het werkprogramma en de beschikbare middelen en tijd kan VLABEST beslissen hierop in te gaan.

Volgende actoren kunnen dus VLABEST om advies vragen:

    • Het Vlaams Parlement
    • De Vlaamse Regering
    • Een minister van de Vlaamse Regering
    • Het kabinet van een minister
    • De administratie

Vrijwillige adviezen op initiatief van VLABEST

Op basis van verwachtingen uit de samenleving en het bestuurlijke veld formuleert VLABEST ook op eigen initiatief adviezen. Zo brengt hij bestuurlijke thema’s onder de aandacht van de beleidsmakers of geeft VLABEST zijn visie op maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven in andere beleidsdomeinen die het bestuurlijke beleid beïnvloeden.

VLABEST kan dus indien gewenst steeds reageren op beleidsteksten waarover niet om advies is gevraagd (bijvoorbeeld witboeken, beleidsbrieven, onderzoeksrapporten, …).

  • De verplichte adviesvragen worden gevraagd na de eerste principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering. De adviestermijn is in principe 30 kalenderdagen, gerekend vanaf de dag van de ontvangst van de adviesvraag. In geval van spoed, die met redenen wordt omkleed, kan de Vlaamse Regering de termijn inkorten zonder dat hij minder dan tien werkdagen mag bedragen.
  • Maar de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken wordt uiteraard bij voorkeur zo vroeg mogelijk in het beleidsproces betrokken, voordat er politieke consensus is bereikt over het adviesonderwerp, zodat strategische advisering nog zin heeft. Daarom vraagt VLABEST aan de beleidsactoren om in de mate van het mogelijke de Raad bij belangrijke strategische beleidsopties (doormiddel van een conceptnota, groen- of witboek, …) te betrekken voorafgaand aan de principiële goedkeuring door de Vlaamse Regering.
  • In geval van vrijwillige adviezen op vraag wordt de adviestermijn onderling overeen gekomen.

Advies kan gevraagd worden per brief of per e-mail.

  • Per brief, gericht aan  ‘Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken, t.a.v. prof. dr. Herman Matthijs, Voorzitter, Boudewijnlaan 30 bus 41, 1000 Brussel’
  • Per e-mail, gericht aan bram.opsomer(at)bz.vlaanderen.be en adviesraad(at)bz.vlaanderen.be.
  • De documenten waarover advies wordt gevraagd ontvangen we graag ook digitaal, op één van bovenvermelde e-mailadressen.
  • In de adviesvraag wordt bij voorkeur ook de adviestermijn en de contactpersoon vermeld.
  • Bij standaardadviesprocedures (adviesvragen met een strikte timing) is het de bevoegdheid van de secretaris om, in samenspraak met de voorzitter, reacties in te zamelen (van leden en eventueel ook van externen), studiewerk te verrichten en op basis daarvan een discussienota op te maken over het adviesonderwerp. Deze discussienota wordt besproken op de eerstvolgende maandelijkse zitting van de plenaire Raad. Na de bespreking op de Raad wordt een ontwerpadvies opgemaakt, waarbij leden nog de kans krijgen om via schriftelijke procedure na te gaan of de gemaakte opmerkingen terug te vinden zijn in het ontwerp. Het definitieve advies wordt ondertekend door voorzitter en secretaris.
  • Voor adviesvragen met een minder strikte timing of voor adviezen uit eigen initiatief wordt in principe een werkgroep opgericht. In zo'n werkgroep zetelen leden van VLABEST en eventueel ook externe deskundigen. Een werkgroep wordt steeds voorgezeten door een lid van VLABEST. De plenaire Raad kan beslissen om aan een werkgroep een budget toe te kennen voor onderzoekswerk of procesbegeleiding. De werkgroep rapporteert aan de plenaire Raad en levert een voorontwerpadvies af. Enkel de Raad is bevoegd om het definitieve advies vast te stellen.
  • VLABEST streeft steeds naar consensus-adviezen. Indien de Raad geen consensus kan bereiken, wordt beslist bij meerderheid van de aanwezige stemgerechtigde leden. De stemverhouding wordt in het advies vermeld. Op verzoek van één of meer leden kan een gemotiveerde minderheidsnota aan het advies worden toegevoegd.

Een overzicht van de werkzaamheden vindt u op de home-pagina van de website.

  • Adviezen worden steeds per brief bezorgd aan de bevoegde minister. Alle leden van de Vlaamse Regering, de voorzitter van het Vlaams Parlement en de voorzitter van de bevoegde commissie in het Vlaams Parlement ontvangen een kopie.
  • Het advies wordt ook ter informatie per elektronische post bezorgd aan de betrokken kabinetsmedewerkers en aan de leidend ambtenaren en dossierbehandelaars van de bevoegde administratieve entiteiten.
  • Adviezen worden na verzending aan de bevoegde instanties actief openbaar gemaakt doormiddel van publicatie op de website en verzending via de elektronische nieuwsbrief.